Samenwerking, draagvlak en commitment dé bronnen voor realisatie energietransitie

Het realiseren van emissiereductie in de industrie vraagt om draagvlak, commitment, een breed team dat niet alleen gericht is op een project maar ook op het proces, om te komen tot een business case. Samenwerking wordt steeds belangrijker om tijdig groene elektronen en moleculen te produceren en infrastructuur om vraag en aanbod te kunnen koppelen. Zowel lokaal, regionaal als landelijk en landsgrensoverstijgend. En laagdrempelige toegang tot kennis, expertise en inspirerende voorbeelden. Dat waren de belangrijkste lessen uit het webinar “De energietransitie: Hoe kom je van ambitie tot realisatie in de regio?” dat georganiseerd is door het Platform Verduurzaming IndustrieVEMWRVO  en FedEC met medewerking van het Zeeuwse Smart Delta Resources (SDR) en de branches VNCI en FNLI.

Uitdagingen
Het Europese en nationale klimaatbeleid en de klimaatdoelstellingen van bedrijven worden steeds ambitieuzer. Het Klimaatakkoord geeft bedrijven de opgave om in 2030 zo’n 49 procent CO2-reductie te realiseren t.o.v. 1990. De Europese Commissie wil dit verhogen naar 55 procent en zal volgende week haar plannen ontvouwen. Het speelveld waarin in een industriecluster, in een regio zoals Zeeland-West-Brabant, deze ambities waargemaakt moeten worden, wordt niet alleen bepaald door investeringen en terugverdientijden, maar ook door de beschikbaarheid van betaalbare en betrouwbare koolstofarme elektriciteit, moleculen (waterstof, groen gas) en warmte en de benodigde infrastructuur. Met meerdere stakeholders: toeleveranciers, medewerkers, klanten, vergunningverleners, kapitaalverstrekkers, adviseurs en leveranciers. Een behoorlijk ingewikkelde opgave die omgeven is met vele onzekerheden.

SDR heeft een inventarisatie gemaakt van de behoeften in de regio Zeeland, als het gaat om klimaatneutrale energiedragers en infrastructuur. Emiel Langenhuizen van SDR: “er liggen grote synergievoordelen door de uitdagingen grensoverschrijdend met West-Vlaanderen aan te pakken, maar dan blijkt al snel dat de infrastructuur daar niet op is uitgelegd, evenmin als beleid en wet- en regelgeving. Nu dat deze zaken concreet in beeld zijn, kan constructief gewerkt worden aan oplossingsrichtingen en projecten. Daarbij zijn de overheden nodig om regie te voeren, netbeheerders aan te wijzen voor waterstof en CCS, en om timings- en financieringsissues en -risico’s op te kunnen lossen.”

Oplossingsrichtingen
Uit de cases uit de voedingsmiddelen- en chemische industrie, die door de FedEC adviseurs werden gepresenteerd, kwamen een aantal belangrijke randvoorwaarden naar voren om proces emissiereducties te realiseren. FedEC-bestuurder Michiel Steerneman: “het begint allemaal met draagvlak binnen de verschillende niveaus van een bedrijf, commitment van het management en het samenstellen van een breed projectteam met kennis en expertise die verder gaat dan technologie. Daarbij moet niet louter gefocusseerd worden op het realiseren van een project, maar ook op het proces en de beheersing daarvan. Of het nou gaat om energiebesparing of de toepassing van een industriële warmtepomp.” Interessant is dat in de praktijk een business case zich nogal eens rond rekent wanneer rekening gehouden wordt met een – vervangings -investering die toch al gedaan moest worden, of een proces- of productkwaliteitsverbetering die kan worden gerealiseerd. Een voorbeeld van CO2-emissie masterplanning uit de chemische industrie laat zien dat een ketenbenadering typisch 50 procent reductie laat zien in scope 1 + 2 emissies en 50 procent in scope 3 (grondstoffen). 

Samenwerking
VEMW voorzitter Gertjan Lankhorst: “de energietransitie kun je niet alleen realiseren. Daarom hebben we samen met RVO en FedEC het Platform Verduurzaming Industrie (PVI) opgericht. Het PVI beoogt  de benodigde kennis en expertise te bundelen en makkelijker toegankelijk te maken. Bijvoorbeeld t.a.v. technologie, subsidiemogelijkheden en inspirerende voorbeelden. We zijn nu klaar om volgende stappen te maken om de samenwerking in de keten met andere partijen. zoals branches en de regionale organisaties zoals hier in Zeeland Smart Delta Resources (SDR), te verbreden. Bedrijven in Zeeland roep ik op om hun plannen niet voor zichzelf te houden maar te delen. SDR coördineert de industrietransitie in de regio. En die regio houdt nadrukkelijk niet bij de landsgrens op. Met een overzicht van concrete plannen kan een onderbouwing gemaakt worden voor de infrastructuurbehoefte en de ruimtelijke inpassing in cluster, provincie en (buur)land.“ 

Bertram de Crom (Cosun) merkte aanvullend op “dat de transitie en het delen van kennis, expertise en plannen niet alleen betrekking heeft op de grote bedrijven, die de meeste CO2 uitstoten. In de voedingsmiddelenindustrie, verenigd in de FNLI, zijn er naast vier grote spelers honderden kleinere, regionaal verspreide bedrijven, die ook allemaal stappen moeten maken. Het PVI-platform kan een belangrijke rol spelen om hun transitie op gang te helpen. Een mooi voorbeeld is geothermie. Dat is als warmtebron niet overal beschikbaar en nauwelijks rendabel te maken voor één energiegebruiker. Dat vergt samenwerking tussen bedrijven en behoeft een regisseur.”