Productie industrie meer dan 6%

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in juni weliswaar 6,2 procent hoger dan in juni 2021, maar de groei is lager dan in de voorgaande maanden. De groei geldt niet voor alle bedrijfstakken. Belangrijke bedrijfstakken als de chemie (-1,6%) en rubber en kunststoffen (-4,4%) kenden zelfs een dalende productie. Dat maakte het CBS bekend. De effecten van met name de geopolitieke ontwikkelingen kunnen volgens VEMW een keerpunt en voorbode blijken te zijn voor een ernstiger economisch perspectief.

Verschillen

Bijna twee derde van alle bedrijfsklassen in de industrie produceerde in juni meer dan in dezelfde maand een jaar eerder. Van de grotere branches realiseerden de machine-industrie en de elektrische apparatenindustrie met ruim 16 procent de grootste groei. Metaalproductie en de voedingsmiddelensector groeiden maar met 4 respectievelijk 3 procent. De productie van chemische producten (-1,6%), rubber en kunststoffen (-4,4%) daalden zelfs.

Voor het bepalen van de korte termijn ontwikkeling van de productie kan het beste worden gekeken naar voor seizoen- en werkdageffecten gecorrigeerde cijfers. Van mei op juni daalde de productie met 0,5 procent. Deze gecorrigeerde cijfers fluctueren doorgaans aanzienlijk met dalingen en stijgingen die elkaar snel opvolgen. In het voorjaar van 2020 kromp de productie snel en in mei 2020 werd een dieptepunt bereikt. Daarna werd een stijgende lijn ingezet.

Vooruitzichten

Duitsland is een belangrijke afzetmarkt voor de Nederlandse industrie. Het vertrouwen van Duitse producenten daalde in juli volgens het CBS fors. Ze waren pessimistischer over de verwachte bedrijvigheid in de tweede helft van het jaar en ook minder positief over de huidige bedrijvigheid. De gemiddelde dagproductie van de Duitse industrie groeide volgens Destatis in juni met 0,2 procent in vergelijking met een jaar eerder.

Voorbode

Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “de CBS cijfers laten zien dat met name in de sectoren die machines en elektrische apparaten maken de productie is toegenomen ten opzichte van een jaar geleden. Voor het overige vlakt de productiegroei echter af of daalt de productie zelfs. Net als de Duitse industrie – met nagenoeg geen groei – heeft de Nederlandse industrie te maken met zeer hoge en volatiele energieprijzen, met toenemende kosten die in steeds mindere mate doorberekend kunnen worden aan hun klanten. Met name de geopolitieke ontwikkelingen trekken steeds diepere sporen in grote delen van de economie. De effecten die we nu zien zouden wel eens een voorbode kunnen zijn van ernstiger problemen en een keerpunt in het economische perspectief.”