PMT

PMT begint met indexeren

PMT heeft op 5 juli besloten om de pensioenen tussentijds structureel met 1,29% te verhogen. De indexatie wordt per 1 oktober doorgevoerd. Voor de gepensioneerden betekent dit een verhoging van de pensioenuitkering en voor de niet ingegane pensioenen betekent het een verhoging van de aanspraken die zijn opgebouwd over alle voorgaande jaren tot en met september 2022.

In de aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel heeft de overheid besloten om de regels voor indexatie van pensioenen te versoepelen. Vanaf 1 juli mogen fondsen besluiten over een verhoging van de pensioenen indien zij een beleidsdekkingsgraad hebben van tenminste 105%. PMT voldoet aan deze voorwaarde en maakt er ook gebruik van.

Normaal gesproken besluit PMT jaarlijks of per 1 januari van een jaar de pensioenen kunnen worden verhoogd. Door de gewijzigde regels kan PMT nu alsnog later in het jaar een indexatie toekennen in 2022. De hoogte van de indexatie is reglementair vastgelegd op basis van de prijsindex in de periode van 1 juli tot 1 juli. Voor het besluit over indexatie in 2022 geldt de referteperiode tussen 1 juli 2020 en 1 juli 2021. Voor een besluit over een verhoging per 1 januari 2023 geldt de referteperiode 1 juli 2021 tot 1 juli 2022. In deze periode zijn de prijzen veel sterker gestegen. Indien er voldoende financiële ruimte is om de pensioenen dan opnieuw te verhogen, zal de indexatie per 1 januari 2023 hoger zijn dan nu het geval is.

 

PMT houdt rekening met transitie naar nieuwe pensioencontract

Bij de besluitvorming over indexatie houdt PMT rekening met de transitie naar het nieuwe pensioencontract. PMT wil bij die overgang tenminste de hoogte van de huidige en verwachte toekomstige pensioenen gelijk kunnen houden. Bovendien wil PMT rekening houden met een compensatie voor de afschaffing van de doorsneesystematiek, indien uit de berekeningen zal blijken dat groepen deelnemers op het moment van overgang naar het nieuwe pensioencontract een lager verwacht pensioen zouden krijgen. Er is nóg een factor waar PMT rekening mee moet houden: de vorming van een solidariteitsreserve. De omvang en doelen daarvan zijn afhankelijk van de keuze van sociale partners.
De geringe indexatie in 2022 heeft weinig effect op een goede transitie naar het nieuwe pensioencontract, maar bij het besluit over indexatie per 1 januari 2023 zal dat een grotere rol spelen gezien de sterkere stijging van de prijsindex.


Een voorbeeld van de pensioenverhoging

PMT heeft ruim 220.000 gepensioneerden die vanaf oktober 2022 de pensioenuitkering zien stijgen. Vanaf oktober krijgen zij 1,29% verhoging. Bij een pensioen van €700 per maand betekent dat een structurele verhoging van €9,03 per maand. Actieve deelnemers die nog pensioen opbouwen (420.000) en de gewezen deelnemers (700.000) zien per 1 oktober op MijnPMT dat hun opgebouwd pensioen (naar de stand per 1 oktober) is verhoogd met 1,29%.


Hoe komt het percentage van 1,29% tot stand

Bij het vaststellen van de hoogte van mogelijke indexatie kijkt PMT naar de prijsstijging in de periode juli-juli van het voorgaande jaar. Dit gebeurt op basis van de consumentenprijsindex van het CBS. De prijsstijging in deze periode (1 juli 2020 tot 1 juli 2021) ligt op 1,29%. In november wordt er, volgens het regelement, wederom gekeken of indexatie per 1 januari 2023 mogelijk is. Dan zal de referteperiode juli 2021-juli 2022 zijn.