Gebruikte opslag- en transportmiddelen worden vaak weggegooid

Opslag- en transportmiddelen die verouderd of overtollig zijn, worden in de maakindustrie vaak weggegooid of ergens weggezet. Dat blijkt uit onderzoek* van Kruizinga.nl. Eén op de vijf ondervraagden geeft aan dat dergelijk materieel wordt weggegooid, terwijl bijna een derde het laat staan als reserve. Opvallend is dat bijna de helft van de ondervraagden wel vindt dat men geen nieuwe, maar gebruikte middelen zou moeten aanschaffen om het grondstofgebruik terug te dringen. Volgens Boris Vildósola Bustos, Managing Director bij Kruizinga.nl, is hier sprake van een gemiste kans. “Als je iets weggooit of ‘laat staan’ onttrek je het aan de circulaire economie waarin grondstoffen en bedrijfsmiddelen kunnen worden hergebruikt. Bovendien gooi je geld weg: het onderzoek toont aan dat er vraag is naar gebruikte opslag- en transportmiddelen.”

Inruilen of verkopen?
De ervaring leert helaas dat, bij aanschaf van nieuw materieel, een in te ruilen product vaak heel weinig korting oplevert. Lang niet elke leverancier heeft immers afnemers voor gebruikte producten. Hij slaat het materieel dan op of gooit het alsnog weg. Meestal krijg je daarom bij aanschaf van nieuw materieel zonder iets in te ruilen een veel hogere korting. Het gebruikte materieel kun je beter zelf verkopen. Het gaat dan een productief tweede leven tegemoet, er gaan geen grondstoffen verloren én het brengt geld op. Daarmee kun je opnieuw investeren, bijvoorbeeld in het verbeteren van je circulariteit. Het verkopen van gebruikte opslag- en transportmiddelen is in bedrijfseconomisch én circulair opzicht dus het meest interessant. Er zijn diverse partijen in de markt die graag gebruikt opslag- en transportmaterieel opkopen om dit, na een grondige inspectie, weer aan te bieden.

Weinig aandacht voor repareerbaarheid en recycling bij aanschaf nieuw materieel
Op de vraag wat er meestal gebeurt als er extra opslag- en transportmiddelen nodig zijn, gaat men in bijna 30% van de gevallen “eerst kijken of bestaande producten gerepareerd kunnen worden”. Opvallend is echter dat bij de aanschafcriteria voor materieel de repareerbaarheid op de allerlaatste plaats staat. Pas als iets kapot is, gaat men nadenken over repareren. Uit het onderzoek blijkt bovendien dat recyclebaarheid op de een na laagste plaats staat bij de keuzecriteria voor de aanschaf van materieel. Circulair inkopen waarbij je vooraf nadenkt over repareren, hergebruiken of recyclen krijgt dus nog veel te weinig aandacht. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom een deel van de bedrijven in de maakindustrie vaak overtollig materieel weggooit of gewoon laat staan. Men beseft nog onvoldoende dat Nederland in 2050 een volledig circulaire economie zal zijn. Ook de maakindustrie moet hierin een belangrijke rol gaan spelen.

*Onderzoek in opdracht van Kruizinga.nl onder 376 werkende Nederlanders die werkzaam zijn in de industriesector. Ondervraagd zijn productiemedewerkers, middenkader, projectleiders, senior management en eigenaar/partner.